Hoe mogen we u helpen?

Ontwikkeling van de hypotheekrente 2022

De inflatie in de eurozone is het afgelopen jaar fors gestegen, van 0,9% in januari 2021 naar 5,1% in januari 2022. De stijging komt vooral door de hogere energieprijzen. Wanneer centrale banken het monetair beleid uitstippelen laten zij de energieprijzen echter liever buiten beschouwing. Dit omdat deze net als de voedselprijzen sterk schommelen en zodoende het zicht op de inflatie op langere termijn belemmeren.

Maar ook de inflatie zonder voedsel- en energieprijzen loopt sterk op. De zogenaamde kerninflatie, die januari 2021 nog op 1,4% stond, bedroeg in januari 2022 op 2,3%. Dat is lager dan de 2,6% in de maand ervoor, maar nog altijd hoog genoeg voor de Europese Centrale Bank (ECB) om op haar hoede te zijn. Haar taak is immers te zorgen voor een gematigde inflatie op langere termijn.

Als de inflatie te hard oploopt, moet de ECB ingrijpen en het monetair beleid verkrappen. Dit kan zij doen door eerst minder schuldtitels aan te kopen (een ingreep die vooral effect op de lange rente sorteert). Als het aankoopprogramma eenmaal is stopgezet, kan de ECB vervolgens de officiële rentetarieven voor commerciële banken verhogen (een ingreep die vooral effect op de korte rente heeft, maar ook op de lange rente doorwerkt).

Tot voor kort was de ECB zeer terughoudend met aanpassingen doorvoeren, onder meer omdat het economisch herstel nog fragiel is. Veel landen hebben de coronamaatregelen aangescherpt vanwege het oplopend aantal besmettingen. De omikroncoronavariant zorgt voor onzekerheid over het verdere verloop van de pandemie en de gevolgen daarvan voor de economie.

De ECB is er bovendien niet van overtuigd dat de inflatiestijging duurzaam is. Wereldwijd zijn productieketens verstoord door lockdowns en transportproblemen. Sommige fabrieken draaien op halve kracht, omdat de levering van halfgeleiders hapert, een probleem dat vooral de auto-industrie treft. De ECB gaat ervan uit dat deze verstoringen tijdelijk zijn en dat het opwaartse effect ervan op de inflatie zal verdwijnen.

Tot slot denkt de ECB dat op langere termijn structurele, inflatiematigende factoren weer de overhand zullen krijgen. Voorbeelden daarvan zijn de ruime Europese arbeidsmarkt, die een rem zet op de lonen, en de overtollige productiecapaciteit bij bedrijven, die de verleiding om de prijzen te verhogen tempert. Er zit nog een flink gat tussen de mogelijke en de feitelijke productie. Dit wijst er op dat bedrijven weinig prijszettingsmacht hebben en dat het gevaar van een duurzaam hoge inflatie beperkt is.

Toch baart de aanhoudende inflatiestijging de nodige zorgen. In haar uitingen schuift de ECB steeds meer op richting een krapper monetair beleid. DNB-president Klaas Knot stelde in tv-programma Buitenhof zelfs dat er snel een eind dient te komen aan het aankoopprogramma en dat de officiële tarieven wat hem betreft al vanaf het vierde kwartaal mogen worden verhoogd. Wij denken echter dat zijn ECB-collega’s minder haast hebben en dat de ECB hier meer tijd voor zal nemen.

In reactie op de veranderde toon van de ECB is de rente op Europese staatsleningen verder gestegen. Eerder liepen de rentes al op door verkrappende maatregelen van andere centrale banken. In de VS zijn de risico’s van een krappe arbeidsmarkt en een duurzaam hogere inflatie groter dan in de eurozone. Daarom haalde de Federal Reserve de monetaire teugels al eerder aan en is de Amerikaanse rente gestegen. In haar kielzog trekt de Amerikaanse rente ook de Europese rentes mee omhoog.

De rente op Nederlandse staatsleningen met een looptijd van 10 jaar staat inmiddels op 0,35%. Dat is 85 basispunten hoger dan een jaar terug. Vanwege de recente ontwikkelingen hebben wij onze ramingen met 20 basispunten verhoogd naar respectievelijk 0,35% eind dit jaar en 0,45% eind volgend jaar. In lijn hiermee stijgt ook de hypotheekrente, al wordt de stijging beperkt door de felle concurrentie op de hypotheekmarkt. Per saldo blijft de hypotheekrente dus historisch laag.

In verband met de aanhoudend lage hypotheekrente, houden wij rekening met een verdere stijging van de huizenprijzen. De gemiddelde prijsstijging zal dit jaar echter lager uitvallen dan vorig jaar. Het effect van de lage rente dooft namelijk uit naarmate deze meer en meer in de huizenprijzen verwerkt zit.

 

Met dank aan de heer Philip Bokeloh.
Philip is econoom en werkt bij het Economisch Bureau van ABN AMRO. Zijn aandachtsgebied is de Nederlandse huizenmarkt.